+31 (0)6 31 908 533 info@med4you.nl

Health Information eXchange

door | 29aug,2017 | Nieuws

De politiek verkondigt: ‘De burger moet de komende jaren toegang krijgen tot zijn medische gegevens in de digitale PGO (Persoonlijke Gezondheidsomgeving). Dán heeft hij de regie in eigen hand.’

 

Voor goede en efficiënte zorg, is het belangrijk dat informatie eenduidig wordt vastgelegd en – gedeeld. Dat heet interoperabiliteit. Om dit op nationaal niveau te bereiken is er overeenstemming over de architectuur noodzakelijk. Tegen deze achtergrond is door Nictiz het vijflagenmodel ontwikkeld wat inmiddels internationaal wordt omarmd. Met de focus op de bestaande internationale medische ICT-standaarden zullen er ten behoeve van de interoperabiliteit keuzes gemaakt moeten worden op elk van deze vijf lagen die betrekking hebben op:

  • de infrastructuur (zeg: de rails, wissels en stations);
  • het aansluiten van de applicaties op elkaar (hergebruik van informatie = semantiek);
  • de wijze van het bekend maken van de inhoud en de vorm van de boodschap (content);
  • het beleid (visie);
  • het opleggen van wettelijke maatregelen (waar nodig) ter ondersteuning van de burger om hem hierbij te helpen.

Internationaal staat Nederland erom bekend, dat meer dan 90% van de medische gegevens digitaal worden vastgelegd. Daarmee is ons land wereldwijd een van de koplopers. We kennen vele systemen, waarin medische gegevens van de burger worden geregistreerd, in te delen in applicaties gericht op:

  • de nullijn (burger voegt zijn eigen medische gegevens toe via zijn persoonlijke app);
  • de eerstelijn (huisartsen, tandarts, apotheken, fysiotherapeuten);
  • de tweedelijn (ziekenhuizen, revalidatiecentra, GGZ).

Om de burger toegang en daarmee regie over zijn medische gegevens te geven, is het noodzaak dat deze gegevens veilig en eenvoudig in te zien zijn. Oftewel, om het gebruikersgemak en de fun factor te dienen is een omgeving wenselijk waarin de medische gegevens van de burger bij elkaar komen. Dit om te voorkomen, dat de burger bij verschillende omgevingen (nullijn, eerstelijn, tweedelijn) moet inloggen.

De vraag is: hoe gaan we dit realiseren?

We zien, dat het beleid hierop stuurt en onze wetgeving (zoals de wet generieke digitale infrastructuur) erop is gericht. Verschillende nationale programma’s zijn in het leven geroepen (Vipp, registratie aan de bron en MedMij). Om met deze programma’s stappen te maken, is op initiatief van het ministerie van VWS het Informatieberaad opgericht. Veel belangrijke stakeholders zijn hierin georganiseerd. Zij treden op als opdrachtgever voor de genoemde programma’s.

Zoals gezegd, is Nederland qua digitaliseren van medische gegevens koploper in de wereld. Hiervoor kennen we een kleurrijk landschap van infrastructuren en medische applicaties die niet, of via maatwerk of internationale standaarden, met elkaar verbonden zijn. De systemen bevatten echter flarden van medische informatie. Omdat deze systemen goed functioneren en diep geworteld zitten in de organisatie (gebruikersafhankelijkheid), zijn ze niet meer weg te denken uit het ICT-landschap.

Belangrijke vraag is: hoe krijgen we deze informatie bij elkaar en geordend?

In het ‘landschap’ zien we verschillende initiatieven. Nederland kent diverse use cases, zowel landelijke als in regio’s, waarin de uitwisseling van medische relevante gegevens tussen verschillende softwaresystemen daadwerkelijk plaats vindt. Onder andere het VIPP-programma ondersteunt deze initiatieven.

Het is echter zorgelijk, dat de getoonde oplossingen/initiatieven vaak in dezelfde keten blijven. Huisartsen bijvoorbeeld met een laboratoriumsysteem of een huisartsensysteem met een keteninformatiesysteem, die niet concurrerend aan elkaar zijn. Ook zien we koppelingen ontstaan tussen systemen van dezelfde leverancier, bijvoorbeeld een patiëntenportaal binnen de tweedelijn of de uitwisseling van digitale patiëntgegevens tussen verschillende ‘eigen’ locaties. Hierbij komt nog, dat er in ons land verschillende infrastructuren operationeel zijn (Gemeentelijke BasisAdministratie (GBA), Landelijk Schakelpunt (LSP) en Cross-Enterprise Document Sharing (XDS), welke niet met elkaar geïntegreerd zijn.

Nederland moet alert zijn op het feit dat slechts een relatief klein aantal leveranciers van deze situatie zullen profiteren. Wat is het gevaar?

  • het maakt Nederland erg afhankelijk (vendor lock-in);
  • het zorgt voor onnodige kosten (veel koppelingen nodig);
  • innovaties komen slecht van de grond (kleine spelers maken geen kans);
  • de burger (patiënt) blijft geconfronteerd met verschillende zuilen, waar delen van de medische informatie in staan opgeslagen;
  • er is geen overzicht en geen regie voor de burger.

Om de burger het totaaloverzicht en regie over zijn medische gegevens te geven, zullen dus alle medische systemen op een of andere manier met elkaar verbonden moeten worden.

Kortom, Nederland heeft een (semantische) interoperabel gezondheidssysteem nodig. Waarbij de burger in het centrum van de zorg staat en de beschikking krijgt over een volledig overzicht van elektronische gezondheidsinformatie. Deze informatie bevat gegevens, tot nu toe opgeslagen in verschillende elektronische medische systemen (EPD, HIS, KIS, Lab, et cetera). Door hergebruik van deze gegevens echter, kunnen medische professionals slimmer, veiliger en efficiëntere (goedkopere) zorg leveren.

Hiervoor zijn afspraken nodig met elke leverancier die (relevante) medische informatie opslaat in zijn systemen (bij voorkeur door MedMij gecertifieerd). Dus: hoe kan de informatie gedeeld worden met een PGO van de burger? Om de fun factor te vergroten, voegt de burger ook zijn eigen gegevens (wearables/apps) hieraan toe en is hij in staat zelf zijn medische professional toe te staan zijn medische informatie te delen en/of in te zien. En besluit hij wellicht zijn gegevens beschikbaar te stellen ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek.

Het is mogelijk!

Internationaal zijn op basis van eenduidige en up to date protocollen use cases beschreven die met behulp van internationale (medische ICT)-standaarden geïmplementeerd kunnen worden. Met de mogelijkheid tot inbouwen in medische applicaties. Resultaat? Het delen van gegevens! We mogen deze enorme kans – het verbinden van alle ‘koninkrijkjes’ vanuit zowel de industrie als het beleid – niet voorbij laten gaan!

Oftewel, we zijn onszelf verplicht om op basis van medische standaarden en bewezen technieken samen te werken. Waarbij internationale standaarden het ankerpunt moeten vormen én de toegang voor de patiënt duurzaam is. Dat is ook de focus van de IHE (Integrating the Healthcare Enterprise) Connectathon, die in 2018 in den Haag wordt georganiseerd. Deze jaarlijkse Europese testsessie is een enorme kans om onze industrie op een internationaal podium te presenteren en hiermee de kansen op schaalvergroting/internationalisering te vergroten. Zou het niet geweldig om bij deze Health Information eXchange betrokken te zijn?

Hans Hagoort

Med4You, https://med4you.nl